Universele Cybersecuritystrategie
Iedere organisatie wil eigenlijk hetzelfde van cybersecurity: dat het werkt, dat het betaalbaar is, en dat je er zo min mogelijk over hoeft na te denken. Een beetje zoals tanden. Je wilt ze. Je wilt dat ze blijven. Je wilt niet elke dag een vergadering over tanden.
Maar cybersecurity heeft één irritante eigenschap: het is nooit “af”. Het is geen project, het is onderhoud aan een machine die voortdurend wordt verbouwd terwijl hij draait, door mensen die haast hebben, met leveranciers die updates uitrollen als verrassings-eieren, en aanvallers die leven van jouw aannames.
En toch… als je alle frameworks, slogans en buzzwords wegschraapt, blijft er een verrassend eenvoudige waarheid over. De perfecte universele cybersecuritystrategie, jawel, bestaat uit eenvoudige principes die je overal kunt toepassen — van een startup met drie laptops tot een multinational met datacenters die klinken als straalmotoren.
Niet omdat het magisch is. Maar omdat het menselijk is.
Begin bij identiteit: “Wie ben jij?” is altijd de eerste hack
Aanvallers houden niet van moeilijke dingen. Ze houden van inloggen.
Dus je strategie begint niet bij firewalls of AI-detectie of “next-gen” iets. Je begint bij identiteit:
- MFA overal (liefst phishing-resistent waar het kan)
- sterk identity & access management
- least privilege als standaard, niet als ambitie
- aparte admin-accounts, geen “ik ben admin want dat is handig”
- lifecycle: accounts die stoppen als mensen stoppen
- secrets management: geen wachtwoorden in scripts, wiki’s, tickets of hoofden
Identiteit is de voordeur, de achterdeur, de garage, het zolderraam en het kattenluik. Als je hier rommelt, maakt de rest vooral indruk op auditors.
Zorg dat je weet wat je hebt: asset management is geen spreadsheet, het is zelfkennis
De meeste organisaties zijn pas “bewust” van hun assets na een incident. Dan zegt iemand: “Wist jij dat we nog een server hadden met Windows uit het tijdperk van de fax?”
Een universele strategie vereist één onromantisch supervermogen: weten wat er bestaat.
- hardware, software, cloud resources
- data: waar staat het, wie gebruikt het, hoe kritisch is het
- afhankelijkheden: welke SaaS, welke integraties, welke leveranciers
- eigenaarschap: alles heeft een owner, anders is het verlaten terrein
Je kunt niets beveiligen dat je niet kunt aanwijzen. Onbekende systemen zijn niet “mysterieus”; ze zijn “gratis toegang met een puzzelrandje”.
Patchen en configureren: de hygiëne die niemand op LinkedIn zet
We doen graag alsof we gehackt worden door genieën. In werkelijkheid worden we meestal gehackt door achterstallig onderhoud.
- patch management met SLA’s op basis van exposure + exploitability
- secure baselines (hardening)
- configuratiebeheer: afwijkingen detecteren, niet alleen hopen
- “secure by default” in templates en golden images
Als jouw strategie geen ritme heeft voor patchen, dan heb je geen strategie. Dan heb je een kalender vol goede bedoelingen.
Beperk de schade: segmentatie en blast radius
Je gaat ooit falen. Dat is geen pessimisme; dat is biologie.
Dus ontwerp je omgeving alsof je weet dat er ooit iets misgaat:
- netwerksegmentatie (zeker tussen userland en kroonjuwelen)
- zero trust als gedrag: verifiëren, beperken, loggen
- minimaal noodzakelijke verbindingen
- egress controls waar het kan
- aparte beheerkanalen en admin-netwerken
Het doel is niet “nooit geraakt worden”. Het doel is: als je geraakt wordt, brandt niet meteen het hele huis mee.
Back-ups die je écht kunt terugzetten: ransomware is vooral een herstelwedstrijd
Back-ups zonder hersteltesten zijn geen back-ups. Het zijn wensen.
Universele regel: als je het niet hebt geoefend, kun je het niet.
- 3-2-1 principe (of equivalent)
- offline/immutable waar mogelijk
- hersteltesten op vaste frequentie
- duidelijke RTO/RPO per systeem
- identiteiten en configuraties meenemen, niet alleen data
In ransomware-land is “we kunnen herstellen” vaak het verschil tussen een nare week en een existentiële crisis.
Detectie die je kunt gebruiken: logging zonder actie is decor
Veel organisaties “hebben logging”. Dat betekent: logs bestaan ergens. In een hoek. Als een berg sneeuw waar niemand op skiet.
Je strategie moet van logging een instrument maken:
- centraliseer logs (identity, endpoints, servers, cloud, netwerk, apps)
- maak detecties voor de basics: brute force, privilege changes, suspicious logins, data exfil, admin abuse
- zorg voor triage: wie kijkt er, wanneer, met welke escalatie
- oefen met echte scenario’s (tabletops en technische drills)
Detectie is geen tool. Het is een gewoonte. Een spier. Je traint hem of je hebt hem niet.
Incident Response: niet “als het misgaat”, maar “wanneer”
Incident Response is geen incident management. Het is geen ITIL-workflow voor “service herstellen”. Het is omgaan met een tegenstander, bewijs, containment, communicatie, legal, privacy en herstel zonder herinfectie.
Universele IR-strategie:
- duidelijke rolverdeling: IR lead, IT lead, communicatie, legal/privacy, management
- runbooks voor ransomware, account compromise, data leak, cloud key exposure
- contactlijsten die werken als SSO niet werkt
- beslissingpunten: isoleren vs doorwerken, betalen vs niet, melden vs wachten (met juridische kaders)
- post-incident verbetercyclus
En oefen. Want in een echt incident worden mensen ineens heel creatief op de slechtst mogelijke manier.
Governance en gedeelde taal: de enige manier om dit schaalbaar te maken
Hier komt de volwassenheid: je kunt al het bovenstaande niet volhouden zonder organisatie-inrichting.
- 1e lijn bouwt en beheert veilig
- 2e lijn zet kaders en monitort
- 3e lijn toetst onafhankelijk
- gedeelde definities: wat is “kritiek”, wat is “acceptatie”, wat is “groen”
- meetbaarheid: niet “we hebben beleid”, maar “het werkt aantoonbaar”
Frameworks zijn prima (ISO 27001 voor managementsysteem, SAMM voor software assurance, etc.), maar alleen als ze gedrag sturen in plaats van Excel voeden.
De twist: de perfecte strategie is niet “meer”, maar “consequenter”
Iedereen wil een zilveren kogel: AI, threat intel, zero trust transformation, magical security platform.
Maar universele cybersecurity is meestal:
- minder uitzonderingen
- minder admin-rechten
- minder onbekende assets
- minder open poorten
- minder “later”
- en meer ritme
Het is saai. Het is discipline. Het is herhaalbaar. En dat is precies waarom het werkt.